Boertigh, Amoreus en Aendachtigh Groot Lied-Boeck van G.A. Brederode, Amsteldammer. Verçierd Met vele Klinckers, oock Bruyds-lof en Klaeg-Dichten. Door-mengeld met Sin-rijcke Beeltenissen. Alles tot vermaeck en nut der Ieughet, Sampt allen Lievers der Rijm-konst. |
|
| Author | G.A. Brederode |
| Publisher | voor Cornelis Lodowijcksz: vander Plasse: Amsterdam, 1622 |
| Edition | 1 |
| Weight | 580 gram |
| CF |
Unger, 157; Scheurleer I , 142.2; Franken & vd Kellen, 441, 455. |
| Keywords |
Bredero, Vondel, erotiek, liedboek, Jan van de Velde, Michel Le Blon, Anna Roemer Visscher, Muiderkring, kopergravure, Amsterdam, rederijkers, volkslied |
| Booknumber |
21152 |
| Category's |
Old & Rare (17th Century) Literature (Netherlands) Art (17th Century) Art (Graphic Art & Printing Art)
|
|
Kl-4to in oblongformaat (20,8 x 15,6 cm). 3 delen in 1 vol. Pp. (32, incl. gegr. titelblad), 112 (=120); 104; 63. 19e-eeuws Half-perkament en gemarmerde platten, endpapers eveneens gemarmerd. Met gegraveerde titelpagina, in deel 1 het kopergravure-portret van Bredero van H. G(erritsz.), 2 vol-pagina kopergravures, 17 half-pagina kopergravures en 2 identieke vol-pagina calligraphische houtsneden in het derde deel.
Collatie (compleet): Deel 1: * - ****4, A - P4 ( blad ***2, met het portret van Bredero, is in dit exemplaar ingebonden tussen *4 en **1). ; Deel 2: A – N4; Deel 3: A – H4. Laatste blad van eerste deel (P4) geeft als pagina-aanduiding 112; dit zou echter 120 moeten zijn en wordt veroorzaakt doordat zowel katern I als katern K gepagineerd zijn als 65 – 72.
Vingerafdruk identiek aan STCN 162204.
De geschiedenis van Bredero’s lied-boeken is veelbewogen, evenals die van zijn vele liefdes. Bredero’s, meestal erotische, liederen werden door hem en zijn metgezellen tijdens hun uitgebreide kroegentochten met veel enthousiasme gezongen. Omstreeks 1616 werden een aantal daarvan door een bewonderaar , al dan niet met medeweten van Bredero zelf, gebundeld in een “Geestigh Lied-Boeck”. Daarvan verscheen een jaar later een roofdruk, echter onder toevoeging van een aantal scabreuze non-Bredero’s. Bredero nam toen het initiatief tot een zuivere en meer uitgebreide uitgave van dit liedboek. Deze derde druk verscheen bij Cornelis vander Plasse, waarschijnlijk in 1618, het sterfjaar van Bredero. Van deze derde druk is alleen de tekst van het voorwoord bewaard gebleven. En overigens bestaat er van geen der eerste drie drukken nog een exemplaar. Wel van de vierde druk uit 1621 (Unger, pag. 12D). Stuiveling veronderstelt dat het eerste deel van deze vierde druk vrijwel gelijk zal zijn geweest aan de nu onvindbare druk van 1618.
Die uitgave uit 1621 bestaat uit 3 delen: 1. Geestigh Liedt-Boecxken – pp 1-130; 2. Kleyne Bron der Minne – pp. 131-228 en 3. Aendachtighe Nieuwe Liedekens, pp. 229-264; met 3 Registers op de 3 delen. Daarvan was tot 1996 slechts één exemplaar bekend, waarvan in 1980 door De Haan een facsimile-uitgave, onder redactie van Garmt Stuiveling, werd uitgebracht. Het exemplaar dat in 1996 in Leiden werd geveild, bracht het enorme bedrag van ruim 33.000 gulden op en werd uiteindelijk via een antiquariaat door het “Stichting Dr. Th.J. Steenbergen Fonds” geschonken aan de UBA ( zie ook K. van Ommen, Antiek - Onder de Hamer, januari 1997). Het bijzondere is wel, dat, hoewel er nog slechts twee exemplaren van deze vierde druk bestaan, deze beide exemplaren ook nog drukvarianten zijn – in het deel Kleyne Bron der Minne: op het KB-exemplaar geeft blad M4v als pagina-aanduiding 168 (=juist) weer, terwijl dat in het UBA-exemplaar 169 (=onjuist) is en op blad M5r zijn de pagina-aanduidingen resp. 179 (=onjuist) voor het KB-exemplaar en 170 (=juist) voor het UBA-exemplaar. Voor dit tweede deel was door Bredero zelf een meer uitgebreide versie gepland, Bron der Minne, maar die is er – als afzonderlijke uitgave – nooit van gekomen door zijn vroegtijdig overlijden.
Wel werd het opgenomen in het beroemde en hier aangeboden “Boertigh, Amoreus en Aendachtigh Groot Liedboeck” van 1622. Ook dit bevat 3 delen: het “Boertigh Liedt-Boeck van G.A. Brederode, Amsterdammer”, vervolgens “De Groote Bron der Minnen van G.A. Brederoo Amsterdammer” en als laatste deel het “Aendachtigh Liedt-Boeck van G.A. Brederode, Amsterdammer”. Alle 3 delen met een eigen typographische (sub)-titelpagina, alle met datum 1622, het 1e en 3e deel met een groot titelvignet en alle 3 met een eigen signatuur, paginering en alphabetisch Register.
Het laatste – min of meer stichtelijke – omvat 39 liederen, waaronder de acht, die ook in het bundeltje uit 1621 door Vanden Plasse waren opgenomen – volgens Stuiveling om zo te komen tot de vertrouwde rhetoricale trits van int sotte, int amoreuse en int vroede.
Deze (posthume) editie is dus de eerste gezamenlijke, en tevens definitieve, uitgave van alle liederen van Bredero, uitgegeven door Cornelis Lodowijcksz: van der Plasse, en met een Previlegie voor 6 jaren. (Een meer uitgebreide geschiedenis van de Bredero-drukken is te vinden bij Stuiveling in de herdenkings-uitgave van Bredero’s Werken welke in 16 delen door Tjeenk Willink werd uitgegeven tussen 1968 en 1986).
Ook ons exemplaar van het Groot Lied-Boeck is bijzonder; het is nl. het exemplaar van Anna Roemer Visscher, de oudste dochter van de rijke graankoopman en dichter Roemer Visscher, die met haar zuster Maria Tesselschade ook deel uitmaakte van Hooft’s Muiderkring. Anna Roemers(dochter) Visscher (1583 – 1651) beoefende zelf ook de dichtkunst en was uitermate bedreven in de tekenkunst en het graveren van glazen roemers (zie NNBW 5, 1031-4). Op haar exemplaar van het Groot Lied-boeck heeft zij haar ex-libris in zorgvuldige belettering op de gegraveerde titelpagina geschreven. Bredero was bevriend met de familie Roemer Visscher en droeg zijn Lucelle in 1616 op aan Anna’s jongere zuster Maria Tesselschade (1594 – 1649).
De fraaie kopergravures vertonen allerlei voorstellingen van liefde en vrijerij. De beide vol-pagina kopergravures welke de beide eerste delen voorafgaan zijn dezelfde als in de beide eerste delen van het Geestigh Liedt-Boecxken, maar uiteraard in groter formaat en tevens in spiegelbeeld. Deze gravures zijn van Michel le Blon (1587 – 1658). De gravure bij het Boertigh Liedt-Boeck, tegenover de pagina met het lied “Boeren Geselschap”, beeldt drinkende en dansende boeren uit Vinkeveen af; die bij De Groote Bron der Minnen de aanbieding van “offerhanden” aan Venus’ beeld door liefdesparen. Van de 17 half-pagina gravures bevat het eerste deel er 8, het tweede deel 6 (waarbij de gravure op blad M3r identiek is aan die op blad F1v van het eerste deel) en het derde deel 3. Van deze gravures zijn er waarschijnlijk 15 van Jan van de Velde en 5 van Le Blon (zie over deze gravures H. de la Fontaine Verwey, Uit de Wereld van het Boek II, 103-29 en Jaarboek Amstelodamum 61 (1969), 103-25). ).
De twee vol-pagina calligraphische houtsneden in het derde deel zijn qua gravure identiek, maar de verzen eronder verschillend; het vers op blad B1v begint met Cupido en dat op blad F3v met Swaen-Ridder.
In het voorstuk o.a. een gedicht “Tot Lof vande Voor-treffelijcke Rymer G.A. Brederode” en op blad ***2, naast het portret van Gerritsz., een gedicht op Bredero van J.V.V. (= Joost van den Vondel).
Gedrukt in Romeinse, Gothische, Calligraphische en Civilité lettertypen. Met vele 4 tot 7-regelige geïllustreerde initialen.
Blad *4 met een versterkt zij-marge en klein scheurtje in ondermarge, scheuren/ scheurtjes van ***3, A3 en A4 van het eerste deel vakkundig gerepareerd, marges van vele bladen wat licht gebruind en bladen van katern **** wat gevlekt, maar overigens een goed bewaard exemplaar, stevig gebonden en met de gravures krachtig afgedrukt.
Fraai exemplaar met een zeer bijzondere herkomst.
|
| Prijs |
€ 11000.00 |
|
|
|
|